schoolgids
2. Waar de school voor staat
2.1 Dalton als uitgangspunt in onderwijs en opvoeding
Het daltononderwijs ontstond in de jaren twintig van de vorige eeuw. In het plaatsje Dalton (Massachusetts, VS) gaf Helen Parkhurst les aan de Children’s University School. Haar uitgangspunt was dat ‘cultuur’ niet abstract en moeilijk bereikbaar moest zijn, weggestopt in musea. Integendeel. Niet alleen vond zij dat cultuur gemakkelijk bereikbaar moest zijn, maar ook dat iedereen er gebruik van moest maken. In haar visie moest onderwijs veel meer zijn dan een ‘passief doorgeefluik’ van stukjes cultuur. Onderwijs moest het middel zijn dat ervoor zorgde dat mensen zich als onderdeel van het cultuurgoed in harmonie ontwikkelen. Deze nieuwe opvoedende taak van het onderwijs probeerde ze in evenwicht te brengen met de eisen van de samenleving. Die eisen zijn natuurlijk veranderd. In ons onderwijs krijgen kinderen de gelegenheid zich op basis van onze opvoedkundige en onderwijskundige uitgangspunten te ontwikkelen tot kundige en weerbare mensen in een multiculturele samenleving. Wij vinden respect voor een ieders eigen mening, geloof en afkomst hierbij erg belangrijk.
2.2 Daltononderwijs op de 2e Daltonschool
Kerndoelen
Voor een daltonschool gelden dezelfde doelstellingen en regels die ook gelden voor alle andere vormen van basisonderwijs. Dat betekent onder andere dat de school de door de rijksoverheid geformuleerde kerndoelen realiseert.
In de kerndoelen wordt omschreven wat de kinderen op school moeten leren. Dat leren betreft niet alleen de bekende schoolvakken, maar ook andere ontwikkelingsgebieden zoals sociale vorming, creativiteit en omgaan met moderne media, zoals computers. Alleen voor zorgleerlingen waarvoor een aangepast programma is vastgesteld, gelden extra andere, individuele einddoelen.
Daltongedachte
Daltononderwijs staat bij velen bekend als een organisatievorm waarin de taak een grote rol speelt. Toch is het taakwerken alleen maar een middel om andere belangrijke vormende en opvoedende waarden te bereiken.
Verantwoordelijkheid is een belangrijk element in het opgroeien van het kind. We willen het kind leren verantwoordelijkheid te nemen voor bijvoorbeeld (een deel van) het eigen leren, voor de schoolomgeving en voor de medeleerlingen. Daltononderwijs wil kinderen uiteindelijk opvoeden tot positieve, democratische, verantwoordelijke medeburgers.
Als je een zekere verantwoordelijkheid en vrijheid krijgt, dan hoort daar binnen het daltononderwijs ook bij dat je verantwoording aflegt over wat je hebt gedaan en dat je probeert te leren van je succes en van je fouten. In de dagelijkse onderwijspraktijk wordt dit mens- / kindbeeld waargemaakt rond de volgende drie daltonprincipes:
1. Vrijheid en verantwoordelijkheid
Het kind krijgt een opdracht of een aantal opdrachten in de vorm van een taak, die het onder zijn eigen verantwoording dient uit te voeren. De vrijheid van het kind bestaat eruit dat het zelf bepaalt in welke volgorde de taken worden uitgevoerd, welke tijd eraan wordt besteed en hoe het wordt uitgevoerd. We noemen dat vrijheid in gebondenheid.
2. Zelfstandigheid
In de groep zal de leerkracht nieuwe leerstof in eerste instantie vaak klassikaal of groepsgewijs uitleggen. Het uitwerken daarvan vindt dan plaats tijdens de zelfstandige werktijd. Zelfstandigheid gaat verder dan ‘voor jezelf werken’. Het betekent namelijk ook, dat kinderen leren de problemen die ze tegenkomen zelf op te lossen. De leerkracht is natuurlijk wel altijd op de achtergrond beschikbaar voor hulp, maar is vaak niet het eerste aanspreekpunt als een kind een probleem heeft. Het moet voor kinderen een gewoonte worden om eerst zelf te proberen een oplossing te bedenken en om hulp te vragen bij medeleerlingen.
3. Samenwerken
We willen de kinderen graag leren de oplossingen van dagelijkse problemen zoveel mogelijk zelf te vinden, onafhankelijk van de leerkracht. Je kan problemen ook oplossen door samen te werken met andere kinderen. Wij willen de kinderen leren om elkaar te helpen en om zelf ook hulp te vragen.
Een bijzondere vorm van samenwerken is het zogenaamde 'maatjeswerken'. Hierbij mogen kinderen zelf uitkiezen met wie ze de opdrachten uitvoeren, maar soms bepaalt ook de leerkracht dat. Juist met de bedoeling dat je als kind met alle andere kinderen van de groep een keer hebt samengewerkt. Door deze manier van werken, leren kinderen ook om te gaan met kinderen die niet hun eigen eerste keuze zouden zijn en dat is een belangrijke ervaring voor hen. Op de sociale omgang van het kind met de rest van de groep heeft dit een positieve uitwerking.
Wij zijn ervan overtuigd dat de kinderen veel leren van de hierboven beschreven manier van werken. De ervaring leert, dat het voor kinderen erg motiverend is om binnen grenzen een bepaalde vrijheid te hebben en om te worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid.
Daltononderwijs op de 2e Dalton is een goede voorbereiding op het voortgezet onderwijs gebleken.
Bij alle daltonaspecten zit een opbouw door de gehele schoolloopbaan heen. De ontwikkeling daarvan verloopt heel geleidelijk. Alles begint spelenderwijs bij de kleuters en van de kinderen in de bovenbouw verwachten we uiteraard aanmerkelijk meer. Meer informatie over het Dalton onderwijs kunt u vinden op de site van de Nederlandse Dalton Vereniging (www.dalton.nl).
De taak
We hebben het onderwijs zo georganiseerd dat er alle ruimte is voor de ontwikkelingsdrang van het kind. Hiervoor is vanuit de daltongedachte een taakgerichte stijl van werken ingevoerd, waarbij kinderen aan opdrachten werken binnen de weektaak. Het is belangrijk dat kinderen de taak overzien, weten wat de bedoeling ervan is en waaraan het resultaat moet voldoen. Hierdoor kan het kind leren inschatten hoeveel werk iets inhoudt en welke middelen het nodig heeft om de taak met een goed resultaat af te ronden. Belangrijk is ook dat ieder kind zijn eigen tempo kan bepalen.
Eén van de bekendste aspecten van het Daltononderwijs is dan ook 'de taak'. De kinderen krijgen daarbij een aantal opdrachten die binnen een bepaalde periode moeten worden uitgevoerd.
Taakgericht werken bij de kleuters
De taak voor kleuters start in groep 2, na de herfstvakantie. Deze begint met een aantal kleine taken die binnen een week door alle kinderen worden uitgevoerd. Iets creatiefs, een werkblad en een werkje met ontwikkelingsmateriaal. De kinderen kunnen de benodigde materialen zelf pakken en opbergen en werken zoveel mogelijk zelfstandig aan de taak. Ze kunnen zelf bepalen wanneer en in welke volgorde ze de taken doen. Naar mate het jaar vordert wordt de taak uitgebreid met een extra opdracht en er wordt een samenwerkingsmoment aan toegevoegd, het zogenaamde maatjeswerk. Kinderen die het niet overzien wordt extra ondersteuning geboden, in de vorm van een dagtaak, of extra begeleiding en stimulans.
Takenwerk in groep 3 t/m 8
Vanaf groep 3 wordt de stof aangeboden in een weektaak. Deze bestaat aanvankelijk uit een onderdeel taal, een onderdeel rekenen en een creatieve opdracht en wordt gaandeweg uitgebreid met andere schoolvakken. De planning ervan wordt vastgelegd op een taakblad. In de taakuren kunnen kinderen kiezen aan welk vak zij willen werken. Een deel van de taakwerktijd werken de kinderen volgens het maatjeswerken. De taken bestaan uit opdrachten of opgaven die de leerlingen in een vastgelegde tijd, meestal een week moeten afwerken. In groep 7 en 8 werken we met een agenda zodat de leerlingen alvast wennen aan het gebruik daarvan.
Daltonochtenden
Drie woensdagen per jaar organiseert de school de zogenaamde daltonochtenden. Op deze dagen leven de kinderen zich uit op talloze locaties binnen en buiten de school door deel te nemen aan diverse activiteiten. De afgelopen jaren waren dit onder andere schaatsen, schilderen, borduren, figuurzagen, zaalvoetbal, figuren maken van brooddeeg, Indisch koken, fotograferen, acteren, computeren, knutselen, bezoek aan een museum en het maken van bonbons.
Niet alleen de leerkrachten, maar vooral veel ouders maken de Daltonochtenden mogelijk. Ouders krijgen ruim van tevoren bericht wanneer deze ochtenden plaats zullen vinden. Zij kunnen zich dan opgeven als assistent/begeleider, maar ook als initiatiefnemer van een nieuwe activiteit. Zo ontstaan er elk jaar weer nieuwe onderdelen.
2.3 De rol van de leerkracht
Met de drie uitgangspunten zal het duidelijk zijn dat de rol van de leerkracht op onze school een fundamenteel andere is dan in sommige andere vormen van onderwijs. Hij of zij geeft niet alleen onderwijs, maar ook begeleiding in het individuele leerproces van de leerling. Het gaat in het daltononderwijs vooral om een zorgvuldige planning van de lesstof. De leerstof wordt in onderdelen geschikt gemaakt voor klassikale instructie, maar ook voor onderdelen waarbij leerlingen hun eigen aanpak kunnen inzetten. We verwachten veel van de leidinggevende kwaliteiten van onze leerkrachten.
De inrichting van onze school en de manier waarop de klassen zijn georganiseerd stimuleren het kind zelfstandig te werken, samenwerking te zoeken, een eigen werkplek te vinden en de taak naar eigen inzicht te volbrengen. Voorwaarde hierbij is een grote toegankelijkheid van middelen, materialen en personen. Zelf verantwoordelijk leren staat bij dalton in een opvoedkundige context. Als er meer mogelijkheden tot zelfstandig leren geboden worden, ontwikkelt het kind eigen verantwoordelijkheid. De begeleidende rol van de leerkracht is hierin essentieel.
2.4 Doorgaande lijn van ontwikkeling
In onze school streven we ernaar ieder kind optimale ontwikkelingskansen te bieden op cognitief en op sociaal emotioneel gebied in zijn ontwikkeling. Daartoe bieden we ieder kind een ononderbroken ontwikkelingslijn aan. Dit heeft consequenties voor het individuele aanbod en voor de beslissing bij overgang naar een volgende jaargroep. In het belang van het kind moet het aanbod aansluiten bij zijn ontwikkelingsniveau en competenties op de verschillende gebieden.
Op onze school geven we aandacht aan:
- het sociaal-emotioneel welbevinden van het kind
- de ontwikkeling van het zelfvertrouwen van het kind
- het prikkelen van de nieuwsgierigheid van het kind
- het bevorderen van het cognitieve niveau van het kind
- het bevorderen van samenwerking tussen kinderen onderling
- het bevorderen van zelfstandigheid in het werken met weektaken
- het bevorderen van verantwoordelijkheid in de vormgeving van de eigen taak
- het bieden van zorg op maat voor de individuele leerling binnen de leerling-zorg
Doorstroom van groep 2 naar groep 3
Uitgangspunt van de overgang is de ontwikkeling van het kind en niet een datum (1 oktober of 31 december). Een leerling moet er aan toe zijn om naar groep 3 te gaan. Dat bepalen de leerkrachten aan de hand van vaste criteria op de verschillende ontwikkelingsgebieden en de scores van het (Cito-) leerlingvolgsysteem. Als aan de criteria en scores is voldaan, gaat de leerling in het jaar dat de leerling zes jaar wordt naar groep 3. Als uw kind in groep 2 zit wordt u vanaf januari/februari betrokken bij dit proces.
Verlengen van basisschooltijd
Heel soms hebben kinderen een langere tijd nodig om zich goed te ontwikkelen op sociaal-emotioneel en/of cognitief niveau. Daarom kan het soms nodig zijn dat een kind een jaar langer blijft. Mocht uit de observaties van de leerkracht, de Cito-toetsen en de leerprestaties van het kind het vermoeden naar voren komen dat een kind meer tijd nodig heeft om naar een volgende groep over te gaan, dan kan verlenging een oplossing bieden. In een dergelijke situatie worden de ouders geïnformeerd over de wenselijkheid en mogelijkheid. Daarna volgt overleg tussen ouder, leerkracht en intern begeleider met betrekking tot deze optie. De mening van de ouders over een voorstel tot verlenging van de schooltijd van hun kind telt mee in de besluitvorming. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het besluit om een kind te laten verlengen, ligt bij de directeur.
2.5 Het pedagogisch klimaat van de school
Wij beseffen dat de sfeer waarin een kind opgroeit van groot belang is. Wij willen graag dat kinderen zich veilig en thuis voelen op school, dan kan een kind zich goed ontwikkelen. Daarom proberen we een ongedwongen en open sfeer te creëren met onderling respect en begrip voor elkaar. Hiertoe zijn een tiental omgangsregels in de school geformuleerd, welke regelmatig aandacht krijgen in de groepen.
Deze gedragsregels moeten gerespecteerd worden. In onze ogen is er veel mogelijk op het gebied van goede omgangsvormen. Het is de bedoeling dat kinderen leren om zelf hun grenzen te stellen. Waar dat nog niet lukt, worden de leerlingen hiermee geholpen. Grenzen worden gelegd daar waar anderen last ondervinden. Zo ontstaat er een prettig schoolklimaat waar ouders en leerlingen zich thuis voelen en worden uitgenodigd mede vorm te geven aan een goede sfeer in onze school.
2.6 De missie van de school
De 2e Daltonschool wil dat elk kind zijn omgeving zo goed mogelijk begrijpt en dat hij/zij hier positief mee zal omgaan. De school verheldert hoe kinderen en volwassenen op een 'pedagogische wijze' met elkaar en met de omgeving kunnen omgaan.
Essentieel is dat onze school een veilig, ondersteunend klimaat biedt voor het exploreren, begrijpen en zo zelfstandig mogelijk omgaan met de omgeving. Door elk kind te benaderen als een open, communicatief en redelijk mens wordt het gelegenheid geboden tot persoonlijke en sociaal emotionele groei en tot het vergroten van zijn cognities. Uitdagen tot leren is uitdagen tot leven.
In de 2e Daltonschool overheerst het respect voor de leerling als individu. Het kind is in staat tot het dragen van verantwoordelijkheid voor zijn eigen ontwikkeling en wordt daardoor ook bij het leren serieus genomen. De 2e Daltonschool biedt de leerlingen ontwikkelingskansen voor eigen verantwoordelijkheid en kennisverwerving. Hierop is de schoolorganisatie gebaseerd. Dit komt tot uiting in onze daltonwerkwijze waarbij de principes vrijheid in gebondenheid, zelfstandigheid en samenwerken hoog in ons vaandel staan. Daarbij wordt een werkwijze vanuit eigen taken gehanteerd, heeft het schoolgebouw diverse werkhoeken waar leerlingen afgezonderd kunnen werken en hebben de leerlingen de vrijheid binnen vastgestelde kaders hun werk zelf te bepalen.