schoolgids

3. De organisatie van het onderwijs

3.1 Ontwikkelingsaspecten en onderwijskundig aanbod in de onderbouw

De eerste jaren op de basisschool zijn erg belangrijk. Een kind is in deze jaren bezig de wereld om zich heen te ontdekken. Op school proberen we kinderen in deze ontwikkeling te begeleiden. Het onderwijs richt zich op de emotionele, sociale, verstandelijke, creatieve, lichamelijke en culturele ontwikkeling.

De nadruk in de onderbouw ligt op de aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling, omdat wij vinden dat jonge kinderen zich het best ontwikkelen wanneer ze zich op hun gemak en veilig voelen, zelfvertrouwen hebben en nieuwsgierig zijn.

Het spel biedt een uitstekende gelegenheid voor de kinderen om zich te uiten. Een goede motorische ontwikkeling is daarnaast een belangrijke voorwaarde voor het functioneren op diverse gebieden. Om hieraan tegemoet te komen, gaan jonge kinderen in principe iedere ochtend of middag een uur ‘spelen’ . Dit gebeurt in de vorm van gym- en spellessen en door buitenspelen of vrij te spelen met klim-klautermateriaal. Met behulp van het grafische materiaal, bijvoorbeeld tekenen, schilderen, en ontwikkelingsmateriaal, bijvoorbeeld puzzelen, ontwikkelt het kind vooral zijn fijne motoriek.

Er wordt in de onderbouw ook veel aandacht besteed aan voorbereidende taal- en rekenactiviteiten. Taal is een belangrijk instrument om te leren denken. Tijdens de 'kringactiviteiten' speelt taal ook een grote rol. Als communicatiemiddel, bij het voorlezen maar ook bij allerlei spelletjes, rijmpjes, versjes en liedjes. Het muzikale en ritmische aspect is hierbij ook belangrijk. Tijdens andere vakken zoals expressie en drama wordt er natuurlijk ook een beroep op de taalvorming gedaan.

Veel activiteiten vinden plaats in de kring en in de verschillende hoeken. Daar maken de kinderen bij hun spel gebruik van hun opgedane taal- en rekenvaardigheden. Zo kennen we de bouwhoek, de huishoek, de lees-, schrijf- en rekenhoek, de knutselhoek, de ontdekhoek en de wisselhoek. De laatste hoek richten we telkens anders in naar de interesse van de kinderen of een project op school. De hal gebruiken we voor diverse activiteiten, zoals timmeren, groot bouwmateriaal en werken met de zand- en watertafel.

3.2 Basisvaardigheden

Het lezen, schrijven, taal en rekenen

In groep 3 is het aanvankelijk lezen en het beginnende reken- en taalonderwijs belangrijk. Hierbij wordt een strikt programma gevolgd, waarbij leerlingen zich van dag tot dag door middel van kleine stapjes de leerstof eigen maken.

De leerlingen op onze school leren hun basisvaardigheden vanuit eigentijdse methoden die voldoen aan de kerndoelen. In de onderbouw zijn we gestart met kleine taken, die we vanaf groep 3 steeds meer uitbreiden.

Afhankelijk van de activiteit werken de leerlingen klassikaal, in groepjes of individueel. Naast het aanvankelijk lezen besteden we veel aandacht aan zelfstandig werken. Leerlingen moeten het gemaakte werk zelf op een administratieblad noteren. Naarmate het kind in een hogere groep komt, krijgt het steeds meer vrijheid in het maken van een eigen werkindeling door:

  • zelfstandig leren indelen van de stof
  • spullen die het kind nodig heeft zelf te pakken en terug te zetten
  • de ontwikkeling in het taakbesef
  • het zelf leren oplossen van problemen

 

Iedere leerling is anders. Daarom laten we leerlingen zoveel mogelijk op hun eigen niveau met de leerstof bezig zijn. De kinderen werken samen door elkaar te helpen bij groepsopdrachten. Niet ieder kind maakt de leerstappen immers even gemakkelijk en even snel.

3.3 Wereldoriënterende vakken

In de onderbouw besteden we op thematische wijze aandacht aan de wereld om ons heen. Zowel de leerkracht als de leerlingen brengen hun ervaringen in. In groep 3 en 4 wordt de wereld verder verkend. Ook maken wij gebruik van verschillende schooltelevisieprogramma’s en van de eigen schoolomgeving. In groep 5 tot en met 8 werken we met methoden voor geschiedenis, aardrijkskunde en natuuronderwijs. De laatste jaren zijn daar nog een aantal vakken bijgekomen, waaronder maatschappelijke verhoudingen, geestelijke stromingen en staatsinrichting.

3.4 Beeldende vorming

Tekenen en handvaardigheid vormen samen het vak beeldende vorming (bevo). We hebben een speciaal lokaal en een vakleerkracht voor beeldende vorming. Zowel de vakleerkracht als de groepsleerkrachten besteden veel aandacht aan de beeldende vorming. Door beeldend te werken leren kinderen omgaan met materialen, gereedschappen, technieken, kleuren, vormen en structuren.

3.5 Bewegingsonderwijs

De groepen 1/2 maken dagelijks gebruik van het speellokaal. De lessen worden voorbereid en gegeven door de groepsleerkracht. Bewegingsonderwijs wordt vanaf groep 3 gegeven door een vakleerkracht. De groepen 3 tot en met 8 krijgen twee keer per week bewegingsonderwijs. De lessen worden gegeven in de gymnastiekzalen op het schoolterrein, die we delen met de beide buurscholen.

De school organiseert jaarlijks een sportdag voor alle kinderen.

3.6 Schoolzwemmen

Elk jaar kijken we in februari naar het aantal kinderen op de hele school dat geen diploma heeft. Als dat beneden een bepaald percentage ligt, hoeven we niet deel te nemen aan het schoolzwemmen. De percentages worden voorgelegd aan het bestuur en aan de MR ter instemming. Op dit moment heeft 95% van de leerlingen een diploma of is daar mee bezig. In het schooljaar 2011-2012 gaan wij niet schoolzwemmen.

3.7 Engels

In groep 7 en 8 krijgen de leerlingen Engels van hun groepsleerkracht. We geven de lessen zodanig dat de kinderen leren en durven te spreken in de Engelse taal.

3.8 Verkeerslessen en verkeersexamen

In alle groepen volgen de leerlingen verkeerslessen. De afsluiting vindt plaats via een officieel verkeersexamen in groep 7 en groep 8. Dit examen bestaat uit een theoretisch (mondeling en schriftelijk in groep 7) en een praktisch gedeelte (in groep 8).

3.9 Gebruikte methoden in de school

Lezen Technisch: Veilig Leren Lezen/Estafette
  Begrijpend: Nieuwsbegrip/Goed gelezen
Taal Taaljournaal (nieuwe versie)
Spelling Taaljournaal spelling
Rekenen Wereld in getallen
Schrijven Novoskript/Handschrift
Aardrijkskunde Meander/Hier en daar
Geschiedenis Bij de tijd
Verkeer Wijzer door het verkeer
Engels Hello World
Sociaal emotionele vorming Bewust omgaan met de ander
   

3.10 Burgerschap en sociale cohesie

De leerlingen maken deel uit van een pluriforme samenleving. Dat vraagt om bepaalde vaardigheden. Binnen ons onderwijs (onder andere met de zaakvakken) besteden wij aandacht aan de hoofdzaken van de inrichting van ons democratisch staatsbestel en de rol die je als burger hebt. Respect voor algemeen aanvaarde normen en waarden wordt de kinderen gedurende hun hele schoolloopbaan bijgebracht in verschillende situaties (kringgesprekken, bespreken van gedrag op het schoolplein, bespreken van gedrag in de klas, met de gymlessen). Ook gebruiken wij een methode voor sociaal-emotionele vorming waarin dit aan de orde komt.

Dat mensen verschillende opvattingen en achtergronden hebben, is bij ons op school een belangrijk uitgangspunt. Omgaan met die verschillen wordt de leerlingen geleerd door kennis te nemen van de geestelijke stromingen die er in ons land een rol spelen. Andere aspecten zijn dat de leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen. Zij moeten zich redzaam gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument. Als laatste het zorgvuldig omgaan met het milieu. Al deze aspecten komen regelmatig aan bod in onze methoden voor de zaakvakken.

3.11 Vervanging bij ziekte van een leerkracht

We zorgen er voor dat de leerlingen het wettelijk minimum aantal lesuren op jaarbasis ook echt krijgen.

Bij ziekte van een leerkracht lukt het ons meestal om een adequate oplossing te vinden. In grote lijn wordt er bij ziekmelding van een leerkracht als volgt gehandeld:

Groepen 1/2 en 3

Als we van te voren weten dat de leerkracht afwezig zal zijn door ziekte proberen we vervanging te regelen. Wanneer we pas ’s morgens weten dat een leerkracht afwezig zal zijn en er op dat moment geen vervanging geregeld kan worden, vragen we u uw kind weer mee naar huis te nemen. Als dat niet kan, worden de leerlingen verdeeld over de andere (onderbouw) groepen. Die dag wordt opvang geregeld voor de volgende dag. Omdat onderbouwleerlingen nog erg aan hun leerkracht hechten, lijkt het ons minder gewenst die leerlingen te verdelen over de andere groepen van onze school.

Groepen 4 t/m 8

Bij afwezigheid van een leerkracht wordt er voor vervanging gezorgd. Vaak gebeurt dat door een pool van vaste invallers of, bij langduriger afwezigheid, middels ondersteuning vanuit het Bureau Inzet en/of Bureau Mobiliteit. Als er geen vervanging geregeld kan worden, wordt de groep de eerste dag verdeeld over de andere groepen. Mocht het niet lukken om voor de dagen daarna opvang te regelen, dan krijgen de leerlingen van die groep een brief mee met het verzoek aan de ouders de leerlingen een dag thuis te houden. Het is uiteraard altijd zo dat wanneer kinderen niet thuis kunnen blijven, ze naar school kunnen. Ze worden dan bij een andere groep ingedeeld. Dit komt zelden voor. De school zorgt er voor dat de leerlingen aan hun wettelijk minimum aantal lesuren toekomt.

3.12 Leerkrachten in deeltijd en voltijd

Veel leerkrachten werken in deeltijd. De leerkrachten die voltijds werken hebben recht op compensatieverlof. Concreet betekent dit dat in de meeste groepen meer dan één leerkracht werkt. Bij een groep met twee leerkrachten die een duobaan vervullen, kan het voorkomen dat een derde leerkracht voor de groep komt om de compensatiedagen op te vangen. Verder is er jaarlijks een aantal dagen waarop de groepen 1 t/m 4 vrij zijn en de leerkrachten van die groepen ook. De leerkrachten hoeven dan niet vervangen te worden.

3.13 De begeleiding en inzet van stagiaires van EHvA (Hogeschool van Amsterdam)

Wij prijzen ons gelukkig regelmatig stagiair(e)s te mogen begeleiden. Wij vinden het een goede zaak op die manier mee te helpen onze school ook in de toekomst te voorzien van goed opgeleide collega’s. Bovendien is contact met jonge collega’s en de opleiding die zij volgen, de Educatieve Hogeschool van Amsterdam, van groot belang voor levendig en modern onderwijs. De eindverantwoordelijkheid van de door de stagiair(e)s gegeven lessen blijft altijd bij de groepsleraar. Dit geldt ook als ze voor langere tijd voor de groep staan. Dit laatste gebeurt bij de vierdejaars studenten, de leerkrachten in opleiding (LIO). Op de 2e Daltonschool volgen deze studenten een speciale dalton-LIO-stage.

3.14 Scholing van leerkrachten

Regelmatig volgen leerkrachten korte of langere cursussen om op de hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen in het onderwijs. Voor het gehele team gebeurt dit op studiedagen. Elk jaar wordt in het schooljaarplan, in overleg met het team en de interne begeleiders, een scholingsprogramma opgesteld passend binnen het schoolbeleidsplan. Vervolgens wordt het dan uitgevoerd. Soms worden er actuele zaken aan toegevoegd gedurende het lopende schooljaar.