schoolgids

7. Praktische schoolzaken

7.1 Aanmelding en plaatsing van nieuwe leerlingen

Toelating tot het openbare basisonderwijs is geregeld in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO). Hierin staat dat openbare scholen toegankelijk zijn voor alle kinderen, zonder onderscheid naar godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, sociale klasse, ras, geslacht of op welke grond dan ook. De toegankelijkheid op de openbare basisscholen van Openbaar Onderwijs aan de Amstel is wel beperkt door de maximale opnamecapaciteit van de scholen.

De Raad van State heeft hierbij bepaald dat gemeenten, als bevoegd gezag of schoolbestuur van het openbaar onderwijs, een maximum aantal leerlingen per klas of groep mag vaststellen. Als dit maximum aantal leerlingen is bereikt, kan het schoolbestuur toelating van een kind voor die bepaalde school weigeren, maar moet zij er wel op toezien dat het kind op een andere openbare school kan worden toegelaten. Het bestuur dient namelijk voldoende gelegenheid te bieden tot het volgen van openbaar onderwijs.

Een belangrijk uitgangspunt voor het bestuur is dat kinderen zoveel mogelijk een school kunnen kiezen die in de buurt is van de woning. Dit is de reden dat voor de openbare scholen onder meer wordt gewerkt met voorrangsgebieden, het zogenoemde postcodebeleid.

Vanaf nu geldt de nieuwe, gezamenlijke toelatingsregeling voor de Stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel. Die kunt u terugvinden onder Informatie nieuwe ouders. 

7.2 Toelating leerlingen met speciale onderwijsbehoeften

Zie ook 6.4. Vanaf 2003 bestaat de mogelijkheid voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften om op een reguliere basisschool onderwijs te volgen. Dit zijn kinderen die :

  1. een positieve beschikking hebben ontvangen van een commissie voor de indicatiestelling, ook wel een ‘leerling met een Rugzak’ genoemd,
  2. een positieve beschikking hebben ontvangen van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) van het samenwerkingsverband WSNS;
  3. of een leerling die wordt teruggeplaatst van een speciale basisonderwijsschool;

 

Ouders hebben in een dergelijke situatie de mogelijkheid te kiezen tussen een gewone basisschool in de buurt of een school voor speciaal basisonderwijs.

De extra middelen die voor een kind met een handicap of stoornis nodig zijn om onderwijs te volgen, gaan als het ware in een rugzakje mee als het naar de reguliere school gaat, de zogenoemde leerling-gebonden financiering.

In principe worden leerlingen met een speciale onderwijsbehoefte toegelaten, tenzij de complexiteit van de handicap niet hanteerbaar is voor onze school. Voor ons ligt de grens van toelating tot onze school daar waar de ontwikkeling van het kind zelf in het geding is en/of waar leer- en gedragsproblemen kunnen leiden tot een zodanige verstoring van de voortgang van de onderwijsleerprocessen, dat handhaving van de plaatsing van het kind redelijkerwijze niet van het schoolteam mag worden verwacht.

Iedere tussentijdse aanmelding wordt door ons apart beoordeeld. In een aanmeldingsgesprek laten we ons zoveel mogelijk door de ouders informeren over de mogelijkheden en vooral ook de onderwijsvraag van het kind. Ook winnen we informatie in bij de school waarvan het kind afkomstig is. Bij de beoordeling van de aanmelding wegen we zowel de belangen en de mogelijkheden van het kind, de ouders en de school af. Vragen over de grootte van de groep waar het kind in zal worden geplaatst, het aantal zorgleerlingen in de groep, de mogelijkheden van extra ondersteuning en individuele begeleiding, de omvang en aard van de ambulante begeleiding, de deskundigheid en inzet van leerkrachten, de aanwezigheid van een remedial teacher, afstand en vervoer en mogelijkheden voor technische aanpassingen van school en klaslokaal spelen hierin een rol.

Wanneer wij uiteindelijk tot de conclusie zijn gekomen dat wij voldoende antwoord kunnen bieden op de vragen van het kind en ouders, maken we duidelijke schriftelijke afspraken met de ouders. Die afspraken gaan onder meer over het onderwijs dat het kind gaat krijgen en over de doelen die de school voor het kind nastreeft. Dit gebeurt ook in overleg met de ambulante begeleider van een speciale basisschool in de regio. De afspraken komen in een individueel handelingsplan te staan dat met een vaste frequentie wordt geëvalueerd.

7.3 Loket VIA Amsterdam

De schoolbesturen voor primair en speciaal onderwijs van Amsterdam werken aan een korte en prettige route voor kinderen en hun ouders naar een (voor hen) passend aanbod van onderwijs en zorg. Om dit te bereiken wordt nauw samengewerkt met Jeugdzorg en Jeugdgezondheidszorg. Een duidelijke korte en overzichtelijke weg. Kinderen verdienen passend onderwijs en zorg en er moet voorkomen worden dat kinderen uiteindelijk slechts een deel van de zorg krijgen die zij nodig hebben. De gezamenlijke ambitie is: geen kind meer thuis.

Om tot een betere advisering over verwijzing naar en voorbereiding van de benodigde indicaties voor verschillende vormen van onderwijs en zorg te komen, is VIA Amsterdam aangelegd. Een geïntegreerde werkwijze voor Verwijzing, Indicatie en Advies. Wanneer zich de vraag voordoet naar het benodigde onderwijs en de benodigde zorg voor een leerling en een eventuele verwijzing voor sbo, speciaal onderwijs, Jeugdzorg of AWBZ gefinancierde zorg kunnen scholen een beroep doen op VIA Amsterdam.

VIA Amsterdam wil bereiken dat instellingen samen werken en samen bouwen aan een passend onderwijs-zorgarrangement. Professionals uit verschillende instellingen maken een integrale afweging, met aandacht voor de verschillende facetten van de problematiek en de vraag van een kind (en een gezin). Dit voorkomt dat complexe trajecten lang duren en dat wanneer een kind aangewezen is op verschillende indicaties meerdere trajecten afgelegd moeten worden.

VIA Amsterdam:

  • bereidt indicaties voor Cluster 4 voor;
  • bereidt verwijzingen voor het Speciaal Basisonderwijs voor;
  • werkt samen met bureau Jeugdzorg en de Jeugdgezondheidszorg
  • geeft advies aan scholen

 

VIA Advies

Als een school met een vraag zit, waar de eigen interne zorgstructuur geen antwoord op heeft, dan kan de school die adviesvraag stellen aan VIA Advies. Dit kunnen vragen zijn over individuele kinderen, over passend onderwijs en zorg voor de kinderen, maar ook vragen op systeemniveau of over specifieke onderwijsbehoeften van kinderen. VIA Advies bestaat uit een informatielijn, waar scholen telefonisch tal van vragen kunnen stellen en die in veel gevallen ook telefonisch beantwoord kunnen worden. Voor meer complexe vragen gaat VIA Advies in gesprek met de school. In de eerste plaats wordt de vraag van de school verhelderd en aangescherpt. Naar aanleiding van deze aangescherpte vraag van de school formuleert VIA Advies samen met de school een passend onderwijs-zorgarrangement en kan zij de school adviseren over het vinden van begeleiding, ondersteuning en expertise. VIA Advies is goed op de hoogte van de sociale kaart rondom de school, zodat zij adviezen kan uitbrengen over passend onderwijs en zorg die dichtbij de school te vinden is.

Voor meer informatie: www.viaamsterdam.nl

7.4 Zorgbreedteoverleg

Op alle scholen in Amsterdam functioneert er vanaf 1 augustus 2009 een zorgbreedte overleg. Dit overleg vindt minimaal 4x per jaar plaats. Doelstellingen van het overleg zijn:
· Het goed samenwerken van de school en externe instellingen om complexe leerling-problematiek op te lossen.
· Het tijdig signaleren en bespreken van leerlingen in een zorgelijke gezinssituatie.
· Het verlenen van hulp aan deze leerlingen zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.
· Het voorkomen van schooluitval.

Het overleg bestaat uit een vaste kern van deelnemers:
· De leerplichtambtenaar,
· De intern begeleider(s) van de school
· De schoolmaatschappelijk werkster
· De schoolverpleegkundige
Het overleg wordt voorgezeten door de directeur van de school.
 

7.5 Tussentijdse plaatsing

Tussentijdse plaatsing van leerlingen ouder dan vier jaar kan onder bepaalde voorwaarden. Er wordt eerst gekeken of er getalsmatig plaats is, maar ook hoe de verdeling van leer-, gedrags- en werkhoudingsproblemen in de groepen zijn. Als er plaats is, kan de leerling aangemeld worden. Na aanmelding neemt de intern begeleider contact op met de school van herkomst. We kunnen het kind een ochtend laten meedraaien in een groep. Er kan ook besloten worden om aanvullende informatie te verkrijgen door middel van enkele toetsen. Aan de hand van deze gegevens en na overleg met de ouders wordt tot plaatsing overgegaan als er geen onderwijsinhoudelijke (de verdeling van leer-, gedrags- en werkhoudingsproblemen in een groep) bezwaren zijn en de school de zorg kan bieden die het kind nodig heeft.

Leerlingen worden pas officieel ingeschreven als er een uitschrijvingsformulier van de oude school is ontvangen.

De directeur geeft iedere eerste (school)maandag van de maand tussen 8.30 uur en 9.30 uur informatie over de school en de aanmelding van kinderen. Nieuwe ouders kunnen dan een aanmeldingsformulier meenemen. De formulieren kunnen worden ingeleverd bij de administratie.

Vragen over plaatsingen en mogelijkheden daartoe kunt u altijd telefonisch stellen aan de administratie van de school, die steeds inzicht heeft in de actuele situatie.

7.6 Regels bij schoolverzuim

Vanaf de vijfde verjaardag is uw kind leerplichtig. Bij verzuim geldt binnen onze school een aantal regels. Alle vormen van verzuim worden centraal geregistreerd. Te laat komen is een vorm van ongeoorloofd schoolverzuim. U bent verplicht de school te bellen als uw kind niet op tijd op school kan komen.

Is uw kind ziek, dan moet u dat het voor 9.00 uur ’s ochtends maar uiterlijk tot 10.00 uur ’s ochtends doorgeven. Als een kind zonder bericht niet op school komt, nemen wij contact op met de ouders. Als dit regelmatig gebeurt, wordt dit doorgegeven aan het LAS (het Leerling Administratie Systeem van de gemeente Amsterdam). De leerplichtambtenaar zal contact met u opnemen.

Extra verlof in verband met familieomstandigheden of andere ernstige omstandigheden, moet u schriftelijk aanvragen bij de directeur. De formulieren hiervoor zijn bij de administratie verkrijgbaar. Nadat het formulier is ingeleverd wordt het door de directeur beoordeeld. Als het verlof meer dan tien schooldagen is, moet de leerplichtambtenaar hier over oordelen.

Het verlof wordt pas goedgekeurd als u van uw kind een door de directie ondertekende akkoordverklaring heeft gekregen. Verlof dat niet (tijdig, zie hieronder) is aangevraagd, wordt aangemerkt als ongeoorloofd schoolverzuim. De directeur is verplicht hiervan melding te doen bij de leerplichtambtenaar. Dit kan leiden tot een proces-verbaal en een (hoge) boete.

7.7 Regels voor vervroegde vakanties of verlate terugkomst en ander verlof

Aanvragen van vakantieverlof

Een verzoek om vakantieverlof buiten de reguliere vakanties moet minimaal acht weken van tevoren aan de schoolleiding worden voorgelegd. Dit verlof wordt alleen verleend als:

  • het wegens specifieke aard van het beroep van een der ouders slechts mogelijk is buiten de schoolvakanties gezamenlijk met vakantie te gaan (een maal per jaar);
  • een werkgeversverklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat geen verlof binnen de officiële schoolvakantie mogelijk is.

Dit verlof mag:

  • hooguit eenmaal per schooljaar worden verleend;
  • in totaal niet langer duren dan tien schooldagen;
  • niet plaatsvinden in de eerste twee weken van het schooljaar.

 

Aanvragen van verlof bij gewichtige omstandigheden

Een verzoek om extra verlof wegens gewichtige omstandigheden voor 10 schooldagen of minder dient vooraf of binnen 2 dagen na het ontstaan van de verhindering aan de schoolleiding te worden voorgelegd. Onder gewichtige omstandigheden worden omstandigheden verstaan die buiten de wil van de ouders of de leerlingen zijn gelegen.

Enige voorbeelden van gewichtige omstandigheden zijn:

  • een wettelijke verplichting voor zover daar niet buiten de lesuren aan kan worden voldaan;
  • verhuizing;
  • huwelijk van bloed- of aanverwanten tot en met de 3e graad;
  • ernstige ziekte van ouders of bloed- of aanverwanten tot en met de 3e graad (de duur in overleg met de schoolleiding);
  • overlijden van ouders of bloed- of aanverwanten tot en met de 3e graad (de duur in overleg met de schoolleiding);
  • 25-, 40- en 50-jarig ambtsjubileum en het 12½, 25-, 50- en 60-jarig huwelijk van ouders of grootouders.

N.B. Extra vakantie wordt niet als gewichtige omstandigheid aangemerkt.

Aanvragen van verlof langer dan tien dagen bij gewichtige omstandigheden

Een verzoek om extra verlof in geval van gewichtige omstandigheden voor meer dan 10 schooldagen per schooljaar dient minimaal acht weken tevoren via de schoolleiding bij de ambtenaar leerlingenzaken te worden ingediend.

Ouders dienen in dit geval altijd een schriftelijk verzoek in. De schoolleiding en/of de ambtenaar leerlingenzaken reageren schriftelijk.

Aanvraagformulieren

Voor alle vormen van verlof moet een aanvraagformulier worden ingevuld. Dit formulier kan opgehaald worden bij de administratie.

Waarschuwing

De schoolleiding is verplicht de consulent leerlingenzaken mededeling te doen van ongeoorloofd schoolverzuim. Regelmatig te laat komen wordt gezien als een vorm van ongeoorloofd verzuim. Tegen ouders die hun kind(eren) zonder toestemming van school houden zal proces-verbaal worden opgemaakt.

7.8 Sponsoring

Sponsoring is een fenomeen dat steeds vaker voorkomt in het basisonderwijs. Voor het bedrijfsleven is een school aantrekkelijk voor sponsoractiviteiten. Kinderen zijn immers een boeiende doelgroep. Maar leerlingen vormen ook een beïnvloedbare en kwetsbare groep. Leerlingen worden aan een school toevertrouwd en hebben dus recht op bescherming tegen ongewenste invloeden van buiten de school.

Om te bevorderen dat alle bij de school betrokkenen op een zorgvuldige manier met sponsoring omgaan, is de Regeling Sponsoring in het openbaar basisonderwijs Amsterdam Oud Zuid ontwikkeld. Met deze regeling opgesteld in het overleg met het voorgaande schoolbestuur willen we, dat er op een verantwoorde manier met sponsoring wordt omgegaan. Daarbij is van belang dat er sprake is van sponsoring als de sponsor een tegenprestatie verlangt, of het schoolbestuur een tegenprestatie verleent, waarmee leerlingen in schoolverband worden geconfronteerd. Schenkingen vallen dus niet onder het begrip sponsoring tenzij er een tegenprestatie voor wordt geleverd. Het uitgangspunt is dat het Rijk het primaire proces blijft vergoeden en dat sponsorgelden kunnen worden ingezet voor extra’s. Zo mag het uitvoeren van de wettelijk omschreven kernactiviteiten niet afhankelijk zijn van sponsormiddelen.

7.9 Klachtenprocedure

Als u het met bepaalde zaken op school niet eens bent, dan stellen we het op prijs als u in eerste instantie contact opneemt met de desbetreffende leerkracht en/of de directeur van de school. Veelal zal dit tot een oplossing leiden. Mocht dit echter niet het geval zijn, dan kunt u over uw klacht in gesprek gaan met de contactpersoon binnen de school, mevrouw Sijthoff. Zij zal u adviseren en soms doorverwijzen naar het bestuur. Het heeft dan de voorkeur dat u uw klacht kort op papier zet en een afspraak maakt met een vertegenwoordiger van het bestuur. Als de klacht onverhoopt ook door het bestuur naar uw mening onvoldoende wordt opgelost, dan heeft u de mogelijkheid contact op te nemen met de door het bestuur aangestelde externe vertrouwenspersoon. Deze kan gevraagd worden in de ontstane situatie te bemiddelen of u te begeleiden naar de officiële klachtenprocedure. Deze officiële klachtenprocedure staat opgenomen in de ‘klachtenregeling Openbaar Onderwijs aan de Amstel’. Deze is beschikbaar op school en op de bestuurswebsite. Ten behoeve van een correcte behandeling van uw klacht is het bestuur voor alle scholen aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie. Hier kunt u met uw officiële klacht terecht, indien alle andere mogelijkheden niet tot het door u gewenste resultaat hebben geleid. Wij hopen echter niet dat het zover zal komen.

7.10 Noodprocedure

Wij doen onze uiterste best om alle kinderen van de school een onderwijsaanbod te geven dat het beste bij ze past. We slagen daar gelukkig vaak in, maar soms lukt het, ondanks de extra zorg die we bieden, onvoldoende en moeten we vaststellen dat onze school niet het benodigde aanbod kan doen. In een dergelijke situatie zoeken we, natuurlijk in samenspraak met ouders, naar een alternatief. In bijzondere gevallen komt het ook wel eens voor, dat een acute situatie ontstaat waarin de school de veiligheid van zowel een betreffend kind als die van zijn/haar klasgenoten kan waarborgen. Wanneer de situatie onhoudbaar is binnen onze school, is het soms goed als het kind tijdelijk ergens anders wordt opgevangen. De school heeft hierover afspraken gemaakt met de Pieter Hooglandschool (SBO) en maakt daarnaast gebruik van een noodprocedure die is opgesteld binnen het samenwerkingsverband WSNS.

Het protocol Noodprocedure bevat een aantal schoolbestuurlijke afspraken om te voorkomen dat kinderen thuis komen te zitten als de basisschool tijdelijk geen passend onderwijs meer kan verzorgen. Het protocol geeft aan wat betrokkenen moeten doen als een onthoudbare situatie is ontstaan.

De noodprocedure voorziet in afstemming tussen directie, schoolbestuur, ouders en de coördinator van het VIA. Samen wordt gekeken naar welke school het kind in eerste instantie tijdelijk overgeplaatst kan worden. De directie van de nieuwe school stelt samen met de ouders een document op. Dit gebeurt mede onder verantwoordelijkheid van het schoolbestuur van de oude school. In dit document leggen ze de afspraken vast over het onderwijs en de zorg die de nieuwe school kan bieden. Ook worden afspraken gemaakt over de wijze waarop onderzocht wordt, op welke (meer definitieve school) het kind het meest op zijn plaats zal zijn.

7.11 Regels in geval van verwijdering

De directie kan een kind (tijdelijk) verwijderen van school als na overleg tussen kind, ouders en leerkracht een dergelijke maatregel nodig wordt geacht in het belang van het kind zelf, of ter bescherming van andere kinderen. Deze verwijderingprocedure is in overeenstemming met de afspraken uit de Wet op het primair Onderwijs en met de gemeente Amsterdam.

De ouders krijgen hiervan schriftelijk bericht. Zij worden gewezen op de beroepsmogelijkheid die zij gedurende zes weken hebben. Het bevoegd gezag heeft een inspanningsverplichting van acht weken om naar een oplossing te zoeken. Voor de tijd dat de leerling niet naar school gaat, kunt u op school (na een telefonische afspraak) huiswerk ophalen.

7.12 Schoolverzekering

Er is op bestuursniveau een collectieve schoolongevallen en WA-verzekering afgesloten voor de leerlingen en het personeel. Voor vrijwilligers in de school (die op regelmatige basis voor de school aan het werk zijn) is ook een aansprakelijkheid- en ongevallenverzekering afgesloten door de gemeente Amsterdam. De verzekering geldt in specifieke gevallen, daar waar de eigen verzekering tekort schiet.

7.13 Protocol mobiele telefoon, mp3-speler en alle andere apparaten

Om de privacy van alle kinderen, ouders en personeel te waarborgen, gelden de volgende afspraken over het bij zich hebben en gebruik van alle soorten telefoons en mediadragers door leerlingen.
• De telefoons ed. worden door de leerling zelf opgeborgen.
• De telefoons ed. zijn gedurende de schooldag (ook in de pauzes) uitgeschakeld (niet zichtbaar en niet hoorbaar, geen trilfunctie). De apparaten kunnen na schooltijd om 15.00 uur, gebruikt worden als de leerling de school uit is.
• Verlies, diefstal of schade van/aan een van bovenstaande apparaten is voor eigen risico. Bij sommige leerkrachten kan de leerling het toestel inleveren aan het begin van de dag. Dit blijft echter voor eigen risico.
• Bij overtreding kan de mobiele telefoon of ander apparaat door de leerkracht of directie in beslag worden genomen. Gemaakte foto’s of filmpjes worden direct van het toestel verwijderd. De ouders kunnen het toestel op school komen afhalen bij de leerkracht of de directie. Wij verwachten dat ouders en teamleden hierin het goede voorbeeld geven.